Beoordeling en examinering nieuw curriculum BN2030

De toetsing van praktijkleren bestaat uit twee deeltoetsen:
een praktijkbeoordeling en;
het stageportfolio.

1. PRAKTIJKBEOORDELING
In de praktijkbeoordeling wordt het verpleegkundig gedrag getoetst dat de student laat zien op de stage-afdeling. De student moet voldoen aan verschillende deelgebieden, onder elk deelgebied is een leeruitkomst geformuleerd. Afhankelijk van het leerjaar neemt de complexiteit en de zelfstandigheid in deze leeruitkomsten toe.
Welke deelgebieden worden nu getoetst:
– Verpleegkundige zorgverlening.
– Communicatie met de zorgvrager en naasten
– Regie over de zorg rondom de zorgvrager
– Gezondheidsbevordering
– Waarborgen kwaliteit van zorg en veiligheid
– Professionele ontwikkeling

Tussenevaluatie
Ter voorbereiding op de tussenevaluatie beschrijft de student de ontwikkeling op de verschillende leeruikosmten in het “Evaluatieformulier Praktijk”.
De werk- of praktijkbegeleider spreekt op basis van deze voorbereiding en het gesprek een adviesbeoordeling uit. Bij de tussenevaluatie is het vooral belangrijk om de gewenste voortgang te bespreken en leerpunten voor het vervolg.
Dit evaluatieformulier wordt ook gebruikt als voorbereiding op de eindevaluatie.
Hieronder de formats.

  • PL 1 Evaluatieformulier Praktijk (LINK TOEVOEGEN)

Eindevaluatie
Ter voorbereiding van de eindevaluatie schrijft de student een aanvulling op het verslag van de tussenevaluatie, waaruit de vervolgontwikkeling duidelijk wordt. In een aansluitend gesprek spreekt de werk- of praktijkbegeleider de praktijkbeoordeling uit en legt deze schriftelijk vast in het digitale praktijkbeoordelingsformulier.
De student stuurt hiervoor een link naar de werkbegeleider / praktijkbeoordelaar. Het is belangrijk dat bij ieder deelgebied wordt toegelicht waarop de beoordeling is gebaseerd. Deze beoordeling is een adviesbeoordeling. De stagedocent is de examinator en fiatteert de adviesbeoordeling. Indien de stagedocent niet akkoord kan gaan met de adviesbeoordeling (in negatieve dan wel positieve zin), dan zal de stagedocent dit in overleg doen met de praktijkbeoordelaars.

2. STAGEPORTFOLIO
Tijdens iedere stage worden een of meerdere stage-opdrachten gemaakt. In het stage-onderwijs wordt de student bij het maken van de opdrachten begeleid. Opdrachten zijn gekoppeld aan het stage onderwijs, en worden soms ook in de les getoetst. Ondersteunend aan het stage lopen.

Werkbegeleider (of mentor/praktijkopleider) heeft belangrijke rol in deze opdrachten in de vorm van het geven van feedback of het bespreken van een opdracht. Regie ligt bij de student!

Het Portfolio gaat bestaan uit losse kleinere opdrachten, elk gekoppeld aan een thema met daarbij verschillende gedragscriteria die ook getoetst wordt in de praktijk.

Portfolio praktijkleren 1 (PL1):
In PL1 worden verschillende opdrachten gemaakt aan de hand van verschillende thema’s:

  • Reflectie: student bereid een casus voor en brengt deze in tijdens het stage onderwijs. In de les zullen er verdiepende vragen gesteld worden waarna de student het verder op papier uitgewerkt en inlevert. Tevens worden de reflectie vaardigheden in een afsluitende presentatie getoetst.
  • Ethiek: student gaat een zorgvrager schaduwen, daarna schrijft de student een verslag over de analyse van zijn eigen normen en waarden, en die van de zorgvrager met de observaties van het schaduwen (huidige ethiek opdracht).
  • Gezondheidsbevordering & Zelfmanagement: student gaat in gesprek met de werkbegeleider en bespreekt daar de theorie van GB & ZM gekoppeld aan de praktijk waar de student stage loopt; wat zie je, wat zou er verbetert kunnen worden of hoe zou je evt. nog anders kunnen handelen.
  • Kwaliteit van Zorg: Na het vakinhoudelijke stage onderwijs gaat de student de kwaliteit van zorg observeren in de praktijk aan de hand van verschillende vragen. Tevens gaat de student een gesprek aan met een collega over dit onderwerp. Terugkoppeling vindt plaats in een verslag.
  • Zorgtechnologie: student gaat uitzoeken welke (zorg)technologie er gebruikt wordt binnen de afdeling en instelling, en gaat dit koppelen aan kwaliteit van zorg, wat het voor verpleegkundige oplevert maar ook wat heeft dit voor invloed op de patiënt. Student rond dit af met een pitch op school tijdens de laatste bijeenkomst.

Mochten er nog vragen zijn naar aanleiding van deze beoordeling kan de werkbegeleider altijd contact opnemen met de stagedocent van de betreffende student.