Stagebegeleiding

Verwachtingen bij het leren in de beroepspraktijk 
Hogeschool Utrecht heeft een curriculum dat wordt gekenmerkt door 40% praktijkleren. Dit maakt goede begeleiding in de praktijk van groot belang.

Hoewel leren gebaat is bij diversiteit en verschillende perspectieven van zorgverleners, is het uitgangspunt dat in elke zorgorganisatie een hbo‑verpleegkundige aanwezig is. Qua directe begeleiding maken we een onderscheid tussen de verschillende stageperiodes:

  • Praktijkleren 1 (stage 1): Directe begeleiding op de werkvloer wordt gegeven door VIG-er (niveau 3), mbo- of hbo verpleegkundige. Er is een hbo-verpleegkundige in de organisatie aanwezig (bijv. praktijkopleider / aandachtsfunctionaris / kwaliteitsverpleegkundige etc.).
  • Praktijkleren 2 (stage 2): Directe begeleiding op de werkvloer wordt gegeven door een mbo- of hbo-verpleegkundige. Er is een hbo-verpleegkundige in de organisatie aanwezig (bijv. praktijkopleider / aandachtsfunctionaris / kwaliteitsverpleegkundige etc.).
  • Praktijkleren 3 en 4 (stage 3 en 4): Directe begeleiding op de werkvloer wordt gegeven door een hbo-verpleegkundige.

Voltijd en deeltijd studenten worden boventallig ingezet en maken  geen onderdeel uit van de formatie.
Studenten draaien geen gebroken diensten.
Voltijd studenten lopen geen stage op een eigen werkplek.

Werken aan de stage-opdrachten:
BN2020 (oude curriculum): Studenten overleggen met de werkbegeleider over de tijd die zij binnen werktijd mogen besteden aan het maken van opdrachten. Deze opdrachten sluiten aan bij het werk van verpleegkundigen, zoals bijvoorbeeld een opdracht klinisch redeneren. Het is redelijk dat studenten hiervoor tijdens werktijd enige tijd voor kunnen reserveren. Hier zijn echter geen vaste afspraken over maar wordt in overleg met de student bepaald.

Voltijdstudenten lopen in het eerste jaar 4 dagen starten, waarvan ze 8 uur/week de tijd krijgen om aan overstijgende rollen aan de slag te gaan.
(Voor deeltijd worden er andere afspreken gemaakt.
Deze tijd kunnen zij gebruiken om aan (stage)opdrachten te werken maar vooral om in de organisatie rond te kijken en met mensen in gesprek te gaan. Zij kunnen bijvoorbeeld:

  • Meelopen met andere disciplines, aandachtsfunctionarissen, teamleiders, een kwaliteitsfunctionaris etc.
  • Een hbo-verpleegkundige consulteren aan wie zij hun vragen kunnen stellen, bijvoorbeeld in het kader van de te maken opdrachten.
  • Met zorgvragers en/of mantelzorgers in gesprek gaan.
  • Op zoek gaan naar interessante gesprekspartners, of met medestudenten meeloopdagen organiseren ten bate van het behalen van hun leeruitkomsten.

BN2030 (nieuwe curriculum): Voltijd studenten binnen het nieuwe curriculum lopen 3 dagen per week stage in de directe zorgverlening (“aan bed”), deze studenten krijgen per 14 dagen 1 ontwikkeldag (of halve dag per week). De visie van deze ontwikkeldag is meer ruimte voor hun professionele ontwikkeling door de mogelijkheid tot verdiepende activiteiten en het volgen van eigen leerbehoeften, bijdragen aan het verlagen van de ervaren werkdruk en het bevorderen van het welzijn van studenten.

Deze ontwikkeldag geeft studenten ruimte om verschillende activiteiten te ondernemen waar geen mogelijkheden voor zijn tijdens de reguliere praktijkdagen. Daarnaast is er tijd om te werken aan de stageopdrachten en zullen de geplande workshops vanuit de opleiding worden geroosterd. De invulling van de ontwikkeldag is de verantwoordelijkheid van student zelf en zal beschreven worden in de voorbereidingsopdracht. Tevens zal dit een onderwerp zijn tijdens de tussen- en eindevaluatie.
Studenten kunnen bijvoorbeeld:

  • Meelopen met andere disciplines, aandachtsfunctionarissen, teamleiders, een kwaliteitsfunctionaris etc.
  • Met zorgvragers en/of mantelzorgers in gesprek gaan.
  • Op zoek gaan naar interessante gesprekspartners, of met medestudenten meeloopdagen organiseren ten bate van het behalen van hun leeruitkomsten.
  • Maar ook in deze tijd werken aan hun portfolio opdrachten behorend bij de stage.

Voor deeltijd studenten geldt dat zij geen ontwikkeldag krijgen, zie voor aantal stagedagen pagina: “stageritme per opleiding en leerjaar”

U wordt door de HU geïnformeerd indien de student conform BN2030 stage loopt en getoetst wordt.

 

Voor stage in de wijk geldt:

  • Praktijkleren 1: Eerstejaarstudenten lopen geen zelfstandige zorgroutes omdat zij nog niet genoeg inzicht hebben om zelfstandig cliënten thuis te begeleiden. Studenten hebben intensieve begeleiding nodig die alleen geboden kan worden als werkbegeleider en student samen opwerken.
  • Praktijkleren 2: Tweedejaarstudenten lopen 8 tot 10 weken mee met hun werkbegeleider. Na deze inwerkperiode kunnen zij meer zelfstandig aan de slag. Ook wanneer de student zelfstandig zorgroutes loopt zal de werkbegeleiding afgestemd moeten zijn op wat de student in de situatie kan en wil leren. Cliënten kunnen niet alleen afhankelijk zijn van de student.
  • Praktijkleren 3: Derdejaarsstudenten lopen de eerste drie weken mee met de werkbegeleider en krijgt intensieve begeleiding. Ook wanneer de student zelfstandig zorgroutes loopt zal de werkbegeleiding afgestemd moeten zijn op de leervraag van de student en kunnen cliënten niet alleen afhankelijk zijn van de student.
  • Praktijkleren 4: Vierdejaarsstudenten verlenen de eerste twee weken zorg onder volledige begeleiding.  Begeleiding van een verpleegkundig werkbegeleider, direct en op afstand, staat in het teken van integratie van alle CanMEDS-rollen waarbij uitgebreid aandacht is voor verpleegkundig leiderschap. Zelfmanagement vergroten, shared decision making, aandacht voor het verbeteren van functioneren en het netwerk van de zorgvrager en rekening houden met diversiteit vragen aandacht in PL4.  De student werkt naar een eindniveau waar zelfstandig hoogcomplexe zorg kan worden verleend als beginnend beroepsbeoefenaar.

In veel stage-instellingen is naast een werkbegeleider, ook een praktijkopleider aanwezig. Voorafgaand aan het praktijkleren kan in de door de student zelf opgestarte Digitale Praktijkovereenkomst (DPO) aangegeven worden wie de dagelijkse begeleiding van de student op zich nemen (werk-, praktijkbegeleiders) en wie de contactpersoon (stagedocent) van de HU is. Van de student wordt verwacht dat de contactgegevens van de betrokken begeleiders aan de verschillende begeleiders worden communiceert. Student wordt tijdig geïnformeerd over de voortgang en uitkomst van de tussen- en eindbeoordeling.

Rol van de stagedocent
Stagedocenten denken mee over het niveau van praktijkleren en het vormgeven van de leerdoelen op de stageplek. Halverwege de praktijkleerperiode zal de stagedocent in principe aanwezig zijn bij de tussenevaluatie, zodat er meegedacht kan worden over de voortgang van de stage. Bij vragen of twijfels tijdens praktijkleren, wordt er altijd contact opgenomen worden met de stagedocent (dit geldt zowel voor de student als voor de werk- en praktijkbegeleiders). Mailadressen van docenten van de HU hebben (bijna) altijd de opbouw:voornaam.achternaam@hu.nl

De stagedocent begeleidt tijdens praktijkleren, en verzorgt het ondersteunend stage-onderwijs voor een groep van acht studenten. Deze studenten lopen zoveel mogelijk stage binnen dezelfde stagesetting (bijvoorbeeld allemaal stage binnen de psychiatrie).

Mocht u geen contact krijgen met de stagedocent, dan kunt u altijd bij het stagebureau navraag doen: stagebureauverpleegkunde@hu.nl.

Wilt u alles nog eens rustig nalezen of luisteren?

Bekijk hier de video van de werkbegeleiders training (15 min)

Bekijk dan hier de algemene cursushandleiding of de presentatie voor werkbegeleiders: