Beoordeling en examinering nieuw curriculum BN2030

Vanaf september 2026 starten we met ons nieuwe curriculum.
Video met samenvatting over het praktijkleren leerjaar 1 vind je hier.

De toetsing van praktijkleren bestaat uit twee deeltoetsen:
een praktijkbeoordeling en;
het stageportfolio.

  1. PRAKTIJKBEOORDELING
    In de praktijkbeoordeling wordt niet alleen de kennis en kunde getoetst, maar ook de professionele beroepshouding. De student moet voldoen aan verschillende deelgebieden, onder elk deelgebied is een leeruitkomst geformuleerd. Afhankelijk van het leerjaar neemt de complexiteit en de zelfstandigheid in deze leeruitkomsten toe. De student is zelf verantwoordelijk voor het aanleveren van de voorbereidingsopdracht en het stageactieplan, uiterlijk start week 3.

De volgende deelgebieden worden getoetst:
– Verpleegkundige zorgverlening
– Communicatie met de zorgvrager en naasten
– Regie over de zorg rondom de zorgvrager
– Gezondheidsbevordering
– Waarborgen kwaliteit van zorg en veiligheid
– Professionele ontwikkeling

Tussenevaluatie
Ter voorbereiding op de tussenevaluatie beschrijft de student de ontwikkeling op de verschillende leeruitkomsten in het “Evaluatieformulier Praktijk”.
De werk- en/of praktijkbegeleider spreekt op basis van deze voorbereiding en het gesprek een adviesbeoordeling uit. Bij de tussenevaluatie is het vooral belangrijk om de gewenste voortgang te bespreken en leerpunten voor het vervolg.
Dit evaluatieformulier wordt ook gebruikt als voorbereiding op de eindevaluatie.
Hieronder de formats.

Eindevaluatie
Ter voorbereiding van de eindevaluatie schrijft de student een aanvulling op het verslag van de tussenevaluatie, waaruit de vervolgontwikkeling duidelijk wordt. In een aansluitend gesprek spreekt de werk- en/of praktijkbegeleider de praktijkbeoordeling uit en legt deze schriftelijk vast in het digitale praktijkbeoordelingsformulier.
De student stuurt, voorafgaand aan de eindevaluatie, een link naar de werkbegeleider of praktijkopleider. Het is belangrijk dat bij ieder deelgebied wordt toegelicht waarop de beoordeling is gebaseerd, met eventuele ontwikkelpunten voor komende stageperiode. Deze beoordeling is een adviesbeoordeling. De stagedocent is de examinator en fiatteert de adviesbeoordeling. Indien de stagedocent niet akkoord kan gaan met de adviesbeoordeling (ongeacht de uitkomst), dan zal de stagedocent dit in overleg doen met de praktijkbeoordelaars.

  1. STAGEPORTFOLIO
    Tijdens iedere stage worden een of meerdere stage-opdrachten (toets producten) gemaakt. In het stage-onderwijs wordt de student bij het maken van de opdrachten begeleid. Opdrachten zijn gekoppeld aan het stage onderwijs, en worden soms ook in de les getoetst, ondersteunend aan het stage lopen.

Werkbegeleider (of praktijkopleider) heeft een belangrijke rol in deze opdrachten in de vorm van het geven van feedback of het bespreken van een opdracht. Regie ligt bij de student.

Het portfolio bestaat uit losse kleinere opdrachten, elk gekoppeld aan een thema met daarbij verschillende gedragscriteria die ook getoetst wordt in de praktijk.

Portfolio praktijkleren 1 (PL1):
In PL1 worden verschillende opdrachten gemaakt aan de hand van verschillende thema’s:

  • Reflectie: student bereidt een casus voor en brengt deze in tijdens het stage onderwijs. In de les zullen er verdiepende vragen gesteld worden waarna de student het verder op papier uitgewerkt en inlevert. Tevens worden de reflectievaardigheden in een afsluitende presentatie getoetst.
  • Ethiek: student gaat een zorgvrager schaduwen, daarna schrijft de student een verslag over de analyse van eigen normen en waarden, en die van de zorgvrager met de observaties van het schaduwen (huidige ethiek opdracht).
  • Gezondheidsbevordering & Zelfmanagement (GB&ZM): student gaat in gesprek met de werkbegeleider en bespreekt daar de theorie van GB & ZM gekoppeld aan de praktijk waar de student stage loopt; wat zie je, wat zou er verbetert kunnen worden of hoe zou je evt. nog anders kunnen handelen, etc.
  • Kwaliteit van Zorg: na het vakinhoudelijke stageonderwijs gaat de student de kwaliteit van zorg observeren in de praktijk aan de hand van verschillende vragen. Tevens gaat de student een gesprek aan met een collega over dit onderwerp. Terugkoppeling vindt plaats in een verslag.
  • Zorgtechnologie: student gaat uitzoeken welke (zorg)technologie er gebruikt wordt binnen de afdeling en stage-instelling, en gaat dit koppelen aan kwaliteit van zorg, wat het voor verpleegkundige oplevert maar ook wat heeft dit voor invloed op de patiënt. Student rond dit af met een pitch op school tijdens de laatste bijeenkomst.

Mochten er nog vragen zijn naar aanleiding van deze beoordeling, kan de werkbegeleider altijd contact opnemen met de stagedocent van de betreffende student.